Begrippen en technieken.


De biljartsport kent een groot aantal begrippen en technieken zoals: lage voorhand, hoge voorhand, stoten vanuit de onderarm, stoten vanuit de pols, achterhand, houding, voorhand en zo nog veel meer. Hier vindt u een groot aantal van deze technieken en zullen wij u uitleggen wat deze betekenen.

Voorhand

Lage voorhand: Een lage voorhand gebruiken we bij trekstoten waarbij bal 1 sneller moet lopen dan bal 2, plaats de duim tussen het laken en de keu. Hoge voorhand: Een hoge voorhand gebruiken we bij het normale spelpatroon, waarbij de speelbal halfhoog of hoog geraakt moet worden. Open voorhand: Een open voorhand kunnen we gebruiken bij ''klein spel'' waarbij we een goed overzicht hebben tussen de keu en de speelbal. Vals platte voorhand: Een vals platte voorhand is een oplossing tussen de lage- en hoge voorhand, plaats de voorhand als lage voorhand met de middenvinger onder de hand.

Achterhand

Het is belangrijk dat je de keu daar vasthoudt, waar het je goed in de hand ligt en het als verlenging van je hand of arm ingezet kan worden. Te ver achteraan vasthouden zal een pompstoot opleveren. Dat betekent dat de voorkant van de keu niet horizontaal maar op en af zal bewegen. Deze stoot is de meest voorkomende oorzaak van “ketsen”. De pomerans glijdt bij een stoot met effect van het gladde oppervlak van de bal af. Te ver naar voren vasthouden brengen schouder en bovenarm in het spel. Slecht raken en een slechte uitvoering van de stoot zijn het mogelijke gevolg Er zijn veel mogelijkheden om de keu met de hand vast te houden. Onnodige en hinderlijke spanning kan men vermijden door de keu op de middelvinger te leggen en vervolgens met de andere vingers te omvatten. De wijsvinger en de duim moeten losjes blijven en de beweging niet beïnvloeden, omdat het anders gemakkelijk tot een verwrongen stoot kan leiden. Erg belangrijk is het om de hand en de “rug” van de hand lang en losjes te maken, omdat bij het maken van een vuist de spieren en zenuwen in uw onderarm extra arbeid uitvoeren. Deze arbeid heeft een ongunstige invloed op de afstoot. Als je neigt tot vastgrijpen van de keu moet je de wijsvinger ontspannen laten hangen. De grijphand houdt de keu maar net vast. De keu moet vrij kunnen bewegen en de hand moet de keu niet hinderen. Voor de houding van de onderarm en uw handgewricht geldt het de keu als een aktentas vast te houden. Niemand draagt een aktentas met verdraaid handgewricht of een schuine onderarm.

Houding

Om het biljarten goed te kunnen beoefenen zal men een goede houding dienen aan te leren. Elke speler heeft zijn eigen houding die mede afhankelijk is van zijn lichaamsbouw. Het is dan ook moeilijk te zeggen wat de beste houding is, maar er zijn wel vaste normen, waarbij een ontspannen en stevige houding de voornaamste eisen zijn. Rechtshandige spelers zetten het linkerbeen naar voren richting biljart en het rechterbeen iets rechts daarvan naar achteren. De knieën worden licht gebogen om een ontspannen houding te verkrijgen. Bij een goede stand staan de voeten enigszins gespreid, ongeveer 60 cm uit elkaar, waarbij een hoek van 45 graden t.o.v. de keurichting wordt gemaakt. Zodoende ontstaat een stevige lichaamshouding, waarbij de speler evenveel spanning voelt in de beide bovenbenen. Let op dat de benen niet te ver uit elkaar worden gezet. Voor linkshandige spelers gelden precies tegenovergestelde regels. Het derde steunpunt, zij het veel lichter dan de beide benen, is de voorhand. De voorarm moet in de regel licht gebogen zijn. Zorg ervoor dat er een verticaal vlak ontstaat tussen de neus, de bovenarm van de achter arm, de achterhand, de voorhand en de wreef van de rechtervoet. Als de houding goed is, valt ook de richting van de keu in dit vlak. Let erop dat de voorhand zowel voor als direct na de afstoot onbeweeglijk stilligt op het laken. Bij klein spel zal het bovenlichaam hoger opgericht worden om zodoende een beter overzicht te hebben over de situatie: de onderlinge afstand tussen de pomerans en bal 1 en onderlinge afstand tussen de ballen kan beter ingeschat worden. Oefening 1: Leg één bal op het biljart. Oefen de juiste stand van de voeten, zodat het een natuurlijke beweging wordt in de voorbereiding op een stoot.

Voorbewegen

De voorbeweging is het naar voor en naar achteren bewegen van de keu, voordat men werkelijk afstoot. Het doel van de voorbewegingen is het goede gevoel krijgen voor een juiste snelheid van de afstoot. Niet elke speler zal het juiste gevoel even snel krijgen, dus de ene speler zal zich prettig voelen bij weinig voorbewegingen, de andere speler heeft meer voorbewegingen nodig om het juiste gevoel te krijgen. In het algemeen kan worden gezegd dat de beweging die men naar achteren maakt bijna gelijk is aan de beweging naar voren. Bij klein spel zal men dus kleine bewegingen maken, omdat bal 1 slechts een kleine afstand hoeft af te leggen. Bij ruimer spel zal bal 1 meer snelheid moeten krijgen en dus zullen er grotere bewegingen noodzakelijk zijn. Na het proberen van de verschillende voorbewegingen is het wenselijk om te kiezen voor de voorbeweging waar men zich het prettigst bij voelt. Dit is vrij persoonlijk, dus niet altijd aan vaste regels onderhevig. Het is van belang dat de voorhand goed ligt, voordat je begint met de voorbewegingen. Als je merkt dat de voorhand niet goed ligt, kom overeind en leg de voorhand opnieuw neer. De eerste beweging is vooral om het juiste raakpunt op bal 1 te bepalen. Richt de pomerans op het goede punt door vlak bij bal 1 te stoppen. De volgende bewegingen zijn de eigenlijke voorbewegingen. We onderscheiden 4 standaard voorbewegingen: 1. Violen op systeem: Deze poëtische naam is gebaseerd op de steeds in beweging zijnde keu, zoals ook de vioolspeler zijn strijkstok constant blijft bewegen. Het systeem wil zeggen dat er een vast aantal van (meestal) 3 voorbewegingen wordt toegepast. Deze voorbeweging wordt toegepast als bal 2 in verhouding sneller moet zijn dan bal 1 (de speelbal). 2. Violen op cadans: De aanduiding cadans slaat op het in cadans zijn van de beweging van de keu. Ook hierbij is de keu continue in beweging, stopt niet voor en niet achter. Het bewegingstempo en het aantal voorbewegingen is hoog. Deze voorbeweging wordt toegepast: Als bal 1 (de speelbal) in verhouding sneller moet zijn dan bal 2. Als er veel “kwaliteit” in bal 1 moet zitten: dus bij grote stootbeelden. Bij trekballen met een kleine afstand tussen bal 1 en bal 2 en een grote afstand tussen bal 2 en bal 3. In de praktijk blijkt dat weinig spelers zich prettig voelen met deze voorbeweging. 3. Stoppende voorbeweging: Men stopt altijd vooraan bij bal 1, nooit achteraan of onderweg. Het tempo is afhankelijk van de vereiste stootkracht en lengte. Deze voorbeweging wordt toegepast bij alle mogelijke stootbeelden, van groot tot klein. 4. Stop-stoot voorbeweging: Hierbij maakt de keu alleen een vooruitgaande beweging, waarbij men stopt tegen bal 1. Als men verder doorgaat met de stoot kan deze afgekeurd worden voor “duwen”. De arbiter oordeelt dat bal 1 (de speelbal) meerdere keren wordt geraakt met de pomerans. Deze voorbeweging is van groot belang voor het kleine spel. Bij klein spel is het aan te raden om de keu over de duim te leggen, zodat je de pomerans goed ziet. 

Stoot vanuit de onderarm

De stoot vanuit de onderarm (scharnierpunt elleboog) gebruiken we indien de afstand tussen de speelbal en de aan te spelen bal groter is dan een balgrootte.

Stoot vanuit de pols

De stoot vanuit de pols gebruiken we indien de afstand tussen de speelbal en bal 2 kleiner is dan een balgrootte. Deze 2 stoten kunnen we onderscheiden in een snelle- of langzame stoot uit pols of onderarm. In verreweg de meeste gevallen zullen we de snelle pols-stoot en de langzame stoot uit de onderarm gebruiken. Let wel op jezelf niet te beperken om een andere stoot te gebruiken wanneer nodig.

Amortiseren

Amortiseren is een stoot die zodanig is geplaatst, dat de speelbal de 2e bal een grote snelheid geeft en zelf praktisch stilvalt. Dit bereiken we door de bal bijna vol te raken (bijna 100%) en de speelbal dicht bij het hart van de bal. De hoogte van het aanrakingspunt is bepalend voor de looprichting speelbal.



Reactie schrijven

Commentaren: 0