Verzamelstoten

Hier een aantal oefenballen en verzamelstoten voor biljartspelen zoals: libre, kader, bandstoten en driebanden. Er is zoveel mogelijk geprobeerd om de ballen op een duidelijke manier in te tekenen. Wij hebben ervoor gekozen om de diamonds aan te houden als referentiepunt.  


Libre

Libre Verzamelstoten en Oefenpatronen

Kader

Kader Verzamelstoten en Oefenpatronen

Driebanden

Driebanden Verzamelstoten en Oefenpatronen


Trainen

Bij voldoende trainen - dat wil zeggen minimaal 2 uur per week - zal je snel verbetering zien in je biljartspel. Trainen moet ten alle tijde gebeuren met een doel. Kies bijvoorbeeld 5 stoten uit die je aan het eind van de week 3 van de 5 keer goed kunt uitvoeren. 


Oefenen

Let ook goed op hoe de ballen reageren wanneer de verzameling niet is gelukt. Hier leer je namelijk ook heel veel van. Oefenen van de verzamelstoten in spiegelbeeld is heel belangrijk. Dit is in het begin wat moeilijker neerleggen maar oefening baart kunst. 


Noteren

Als je deze verzamelstoten regelmatig traint is het verstandig om de goed uitgevoerde caramboles te noteren. Bijvoorbeeld 3 van de 10 keer goed uitgevoerd.  Op deze manier wordt het zichtbaar of er vooruitgang zit in je training en dat je de patronen begint te beheersen. 


Missen

Als je een bal mist is het verstandig om altijd te kijken naar de loop van bal 2. Dit omdat er dan duidelijk wordt of je de bal te dik of te dun hebt aangespeeld of misschien gaf je wel het verkeerde effect. Dus missen van een carambole is niet erg als je er maar van leert.


Series

In de biljartsport streeft iedere speler ernaar om door steeds grotere series aan een hoger gemiddelde te komen. Door de verzamelstoten en oefenpatronen op bovenstaande wijze te trainen en te beginnen bij het begin zal je zien dat je snel in je moyenne zult stijgen.


Iedereen is uniek

Blijf bij je kunnen en probeer geen andere spelers te kopiëren want iedereen heeft zijn eigen stijl en techniek. Train niet alleen je sterke punten maar juist de stoten waar je moeite mee hebt. Om op de juiste manier een stoot uitvoeren en op amortie spelen is trainen, trainen en nog eens trainen. 



Veel gemaakte fouten

1. Bij trekstoten wordt de keu op het moment van aanraking van de speelbal teruggetrokken! Bij doorschietstoten gaat men over het algemeen wél door. De beweging van de keu dient bij contact met de speelbal in beide gevallen, dus bij trek- én doorschietstoten, door te gaan. 

 

2. Het niet bewegen van de keu in een rechte lijn: Het is de bedoeling dat de keu niet naar rechts of naar links wordt gezwaaid. Men noemt deze fout een side-stroke. Het is de bedoeling dat de keu niet naar boven of naar beneden wordt bewogen. Men noemt dit een up- respectievelijk een down-stroke. Alleen een zuivere rechte lijn van de keu, de zogenaamde beweging in zijn as-richting is juist.

 

3. De voorhand is als het statief van uw fototoestel. U kunt, als u een foto neemt, uiteraard een schop tegen het statief geven, maar zal de foto dan nog scherp zijn? Uw voorhand heeft dezelfde functie. Dus laat u vóór, tijdens en ook ná de stoot, uw voorhand doodstil liggen. Haal de hand pas van tafel als de af gestoten bal de tweede bal geraakt heeft. Denk ook aan de voorbewegingen bij de stoot, bij de meeste stoten dient er minstens driemaal een voorbeweging te zijn om de bal zo te kunnen raken dat de plaatsing en het tempo goed verzorgd is.

 

4. Wat er bij punt 3 over de voorhand is verteld, geldt ook voor het lichaam. Voor, tijdens en na de stoot dient het hele lichaam muisstil te staan. De bewegingen komen, afhankelijk van de spelsituatie, uit de elle boog, dan wel uit de pols en in sommige gevallen zelfs zowel uit de pols als uit de onderarm. Dit is de tempo onderarmtechniek.

 

5. Er wordt over het algemeen veel te hard gespeeld. Het is heel vreemd maar hoe harder we stoten hoe moeilijker het wordt om een spelsituatie zuiver te spelen. Zodra de speelbal de derde bal geraakt heeft, dient hij tot stilstand te komen. 

 

6. Men kijkt tijdens de stoot naar de derde bal. Een heel slechte manier van stoten omdat deze werkwijze de side-stroke in de hand werkt. Het is veel beter om ons eigen te maken dat we voor, tijdens, en na de stoot naar de tweede bal kijken. Bij de massé en piqué kijken we naar het punt waar de pomerans de speelbal dient te raken.

 

7. Te snel stoten behoort ook tot de top tien meest gemaakte fouten. Al lijkt het nog zo’n gemakkelijke spelsituatie, bekijk en behandel hem toch alsof het de moeilijkste stoot is die u ooit gezien heeft.

 

8. Alle stootbeelden worden vaak met dezelfde afstand van de voorhand t.o.v. de speelbal gespeeld en met dezelfde achterhand. Ga ervan uit dat als u een kleine spelsituatie speelt, dat u dan een korte voorhand dient te gebruiken, ongeveer 6 cm is goed, en een korte achterhand. De achterhand dient dan ongeveer 1 handdikte achter het balanspunt van de keu te liggen. Moet u een extreem grote situatie spelen dan dient de voorhand minimaal 15 cm vanaf de speelbal te staan en de achterhand circa 15 cm van het einde van de keu.

 

9. Het biljarten is een concentratiespel/sport. Het niet concentreren is dodelijk voor een goede partij. Probeer u eigen te maken dat u telkens de situatie goed bekijkt. Geef niet bij elke carambole commentaar. Het evalueren dient ná de partij te geschieden.

 

10. Men speelt over het algemeen te veel spelsituaties waarbij de speelbal over de band(en) loopt. Bij de spelsoort libre en kader is het van zeer groot belang om zoveel mogelijk voor de directe oplossingen te kiezen. Onder directe oplossingen wordt verstaan dat, de speelbal direct via bal 2 naar bal 3 wordt gespeeld, dus zonder een of meerdere banden. Men zegt wel eens gekscherend: ” De basisfunctie van de banden is om ervoor te zorgen dat de ballen niet op de grond vallen”



Op deze pagina vind je:

  • Verzamelstoten
  • Libre
  • Kader
  • Driebanden
  • Trainen
  • Missen
  • Oefenen
  • Series
  • Noteren
  • Iedereen is uniek
  • Veel gemaakte fouten