Verzamelstoten libre beginner

Volledige controle op het spel is in biljarten onbereikbaar. Het zou inhouden dat men uit een willekeurige positie kon beginnen en zo lang men maar zou wensen kon doorgaan zonder te missen. Het zou biljarten een dood spel maken. Maar er in uitblinken kan door de meeste spelers wel degelijk bereikt worden. "Iedereen die kan leren schrijven kan ook leren tekenen" is een oud gezegde. Het is niets anders dan een kwestie van studie en oefening om de pen langs andere dan de al bekende lijnen te kunnen leiden. Zo zit het met biljarten. Iedereen die überhaupt

kan biljarten kan ook beter. Iedere speler kan leren dat vanuit een bepaalde bal positie een bepaalde stoot beter uitpakt dan een andere. Heeft die "overhoudstoot" of "verzamelstoot" dan geleerd, dan kan hij er nog een leren, enzovoort, enzovoort. De oefeningen hieronder betreffen een 22 tal libre verzamelstoten en oefenpatronen voor de beginner. Voor de duidelijkheid er wordt steeds met wit afgestoten. Een goed uitgevoerde verzamelstoot zorgt er steeds voor dat u een ideale tot redelijk te maken vervolgstoot zult overhouden.



1. Trekken

Verzamelstoot libre 1 trekken

1. Trekken: Rustig, iets doorgeschoten trekstoot, zonder zijeffect. De keu gaat rustig naar voren. Deze positie speelt in het seriespel in een wat afwijkende vorm een belangrijke rol.


2. Trekken

Verzamelstoot libre 2 trekken

2. Trekken: Dit figuur stelt hogere eisen aan de afstootkwaliteit en is daardoor een goede graadmeter voor uw technische kunnen. Laag afstoten zonder zijeffect.


3. Trekken

Verzamelstoot libre 3 trekken

3. Trekken: De speelbal (wit) wordt zeker niet te laag gestoten. Dit om te voorkomen dat de speelbal (wit) na het balcontact te veel naar rechts afbuigt.



4. Trekken

Verzamelstoot libre 4 trekken

4. Trekken: Dit is dezelfde stoot techniek als hiervoor. De speelbal caramboleert voor het arriveren van bal.


5. Trekken

Verzamelstoot libre 5 trekken

5. Trekken: Rustig en iets doorgeschoten, omdat een te felle stoot de wat gebogen loop van de bal oncontroleerbaar maakt.


6. Pique

Verzamelstoot libre 6 pique

6. Pique: De middelste bal is de speelbal. De bal wordt met een verticale keu en zonder zij effect rustig gestoten. 



7. Masse

Verzamelstoot libre 7 masse

7. Masse: De keu wordt op ongeveer 70 graden gehouden. De speelbal dient linksvoor te worden afgestoten, de gele bal nét rakend. Deze masse kan de serie americaine opleveren.


8. Bandstoot

Verzamelstoot libre 8 bandstoot

8. Bandstoot: In deze positie wordt bal 2 (geel) meestal te vol geraakt of aangespeeld. Speel de speelbal (wit) zonder effect iets onder het midden van het hart.


9. Bandstoot

Verzamelstoot libre 9 bandstoot

9. Bandstoot: Het trefpunt van de speelbal bepaalt het raakpunt op de lange band. Een korte voor keu verhinderd een ongewenst hogere of lagere afstoten.



10. Bandstoot

Verzamelstoot libre 10 bandstoot

10. Bandstoot: Om de reactie van de speelbal (wit) te controleren dient u rustig en kort af te stoten. De speelbal (wit) met linkseffect onder het midden raken.


11. Bandstoot

Verzamelstoot libre 11 bandstoot

11. Bandstoot: De speelbal heeft de neiging om na afstoot te springen. Door met korte keu te stoten kan dit effect vermeden worden. Zo vlak mogelijk met iets linkseffect afstoten.


12. Bandstoot

Verzamelstoot libre 12 bandstoot

12. Bandstoot: Vlakke afstoot en bal 2 (geel) niet te vol raken, omdat de speelbal anders door wil lopen en de hoek niet meer zal halen. Rustig en kort afstoten is hier belangrijk.



13. Bandstoot

Verzamelstoot libre 13 bandstoot

13. Bandstoot: De speelbal boven het midden met wat rechtseffect afstoten. Het rechtseffect helpt bal 2 genoeg snelheid mee te geven.


14. Bandstoot

Verzamelstoot libre 14 bandstoot

14. Bandstoot:  De speelbal met links effect en boven het midden afstoten. Druk bal 1 echt in op bal 2 zodat deze voldoende vaart heeft.


15. Bandstoot

Verzamelstoot libre 15 bandstoot

15. Bandstoot: Zonder effect iets onder het midden afstoten. Een afwijkende speelbal kan worden voorkomen door een rustige voorstoot.



16. Bandstoot

Verzamelstoot libre 16 bandstoot

16. Bandstoot: De speelbal in het midden afstoten. Om deze positie te beheersen, moet het aanspeelpunt op bal 2 worden gevonden door de situatie regelmatig te oefenen.


17. Bandstoot

Verzamelstoot libre 17 bandstoot

17. Bandstoot: Deze positie moet met een beetje links effect, iets boven het midden gestoten worden. De afstoot wordt iets doorgeschoten, echter bijtijds gestopt.


18. Driebanden

Verzamelstoot libre 18 driebanden

18. Driebanden: Om de klos te kunnen vermijden, moet bal 2 richting korte band gestuurd worden. De speelbal (wit) boven het midden met rechtseffect afstoten.



19. Driebanden

Verzamelstoot libre 19 driebanden

19. Driebanden: De speelbal boven het midden met maximaal links effect nemen. Doorgeschotende afstoot.


20. Driebanden

Verzamelstoot libre 20 driebanden

20. Driebanden: Iets boven het midden raken met rechtseffect. Door een rustige afstoot wordt de controle over de loop van bal 2 verkregen.


21. Driebanden

Verzamelstoot libre 21 driebanden

21. Driebanden: Om de klos te vermijden, de speelbal met rechtseffect afstoten. Deze caramboleert voordat bal 2 arriveert.



22. Driebanden

Verzamelstoot libre 22 driebanden

22. Driebanden: Lange doorgeschoten stoot met rechtseffect, iets onder het midden geraakt. De speelbal loopt voorop om een klos te vermijden.